We examined for a number of plant species if they were part of the natural flora of arable fields in the Netherlands, based on old reports of arable fields in the floristic literature, herbarium collections and archaeobotanical collections of locally cultivated grain. Orlaya grandiflora turned out to have grown as a wild plant in Southern Limburg since the Roman period up until 1939. Bromus grossus, an internationally threatened species of the European Habitats Directive, was collected a few times in the arable fields of Southern Limburg in the 19th century up until 1930, but probably it occurred already much longer in this area and also elsewhere in the Netherlands. Aira caryophyllea subsp. plesiantha was not only part of the wild flora of arable fields in Southern Limburg, but also in the area of Groesbeek southeast of Nijmegen. In an arable field being part of a nature reserve near Groesbeek, this subspecies was found back in 2010 and 2015 by the first author. Of the other investigated species, also Adonis aestivalis (last record: 1935), Ajuga chamaepitys (1930), Asperula arvensis (1925), Nigella arvensis (1912), Stachys annua (1971), and the neophytes Calepina irregularis (still present recently) and Vaccaria hispanica (±1950), were found to be part of the wild flora of arable fields, at least in Southern Limburg, but partly also elsewhere in the Netherlands. We propose to reconsider the status of these taxa during the next assessment of the Dutch Standard List and Red List of vascular plants, using the data presented in this article. Aan de hand van oude opgaven voor akkers in de floristische literatuur, herbariummateriaal en archeobotanische vondsten in lokaal verbouwd graan, is voor een groot aantal akkerplanten nagegaan of deze vroeger hebben behoord tot de wilde flora van Nederland. Orlaya grandiflora (Straalscherm) blijkt in Zuid-Limburg vanaf de Romeinse tijd tot in 1939 als wilde plant te zijn voorgekomen. Bromus grossus (Zware dreps), een in internationaal opzicht ernstig bedreigde soort van de Habitatrichtlijn, is in de Zuid-Limburgse akkers enkele keren verzameld vanaf de 19e eeuw tot in 1930, maar kwam daar waarschijnlijk al veel langer voor en bovendien ook elders in Nederland. Aira caryophyllea subsp. plesiantha (Akkerzilverhaver) behoorde niet alleen tot de akkerflora van Zuid-Limburg, maar ook van de omgeving van Groesbeek ten zuidoosten van Nijmegen. Niet ver van Groesbeek werd deze ondersoort in 2010 en 2015 zelfs weer teruggevonden, door de eerste auteur in een graanakker van de Vereniging Natuurmonumenten. Ten slotte hebben ook Adonis aestivalis (laatste vondst: 1935), Ajuga chamaepitys (1930), Asperula arvensis (1925), Nigella arvensis (1912), Stachys annua (1971) en de neofyten Calepina irregularis (nog recent) en Vaccaria hispanica (±1950) tot de wilde akkerflora behoord, tenminste in Zuid-Limburg, maar deels ook elders in Nederland. Voorgesteld wordt om voor deze taxa aan de hand van de verzamelde gegevens opnieuw te beoordelen of zij, voor zover dat nog niet het geval is, geplaatst moeten worden op de Standaardlijst van de Nederlandse Flora en op de Rode lijst voor vaatplanten.

, , , , , , , , , , ,
Gorteria: tijdschrift voor de floristiek, de plantenoecologie en het vegetatie-onderzoek van Nederland

Released under the CC-BY 4.0 ("Attribution") License

Naturalis journals & series

Eichhorn, K.A.O, & Brinkkemper, O. (2018). Sinds lang verdwenen akkerplanten: Nederlandse flora of niet?. Gorteria: tijdschrift voor de floristiek, de plantenoecologie en het vegetatie-onderzoek van Nederland, 40, 19–33.