Go to Naturalis.nl

Search results

Record: oai:ARNO:639311

AuthorA. van de Beek
TitleTwo new species of Rubus L. (Rosaceae) section Corylifolii Lindl.
JournalGorteria : tijdschrift voor de floristiek, de plantenoecologie en het vegetatie-onderzoek van Nederland
Volume39
Year2017
Pages63-78
ISSN2542-8578
KeywordsRubus praeceptorum; Rubus psilander; Corylifolii
AbstractTwo new species of Rubus L. section Corylifolii Lindl., R. praeceptorum A.Beek and R. psilander A.Beek, are described. They are mainly found in the Netherlands.
Reeds geruime tijd werden er met name in het zuiden van Nederland twee opvallende bramentaxa uit de sectie Corylifolii Lindl. aangetroffen die onbekend waren en verspreid voorkwamen. Tijdens het karteren voor de checklist werden nieuwe vindplaatsen ontdekt en dit leidde tot gericht onderzoek, vooral in het midden en oosten van Noord-Brabant, waar de bramenflora het minst bekend was. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat het om twee duidelijk afgebakende soorten gaat, die nieuw beschreven moesten worden. De ene soort was al in 1948 ontdekt door Kern en Reichgelt, maar in hun bescheidenheid hebben zij er steeds vanaf gezien nieuwe soorten te beschrijven. Dit geldt ook voor dit taxon. Ter ere van hun onderzoek en van alle onderwijzers en leraren die zich hebben ingezet voor de botanie wordt deze Rubus praeceptorum, de ‘onderwijzersbraam’, genoemd. Deze behoort tot de serie Viatici A.Beek en wel tot de soorten met kale helmhokken. Hij verschilt van R. calvus H. E. Weber doordat hij net als R. calviformis H. E. Weber kortviltige bloeiwijzen heeft met korte of vrijwel zittende klieren, die niet of nauwelijks buiten het vilt uit steken. Aanvankelijk werden de planten van R. praeceptorum dan ook tot deze laatstgenoemde soort gerekend. Hij verschilt echter van R. calviformis door een zachtere constitutie van de bladeren, smallere, meestal elliptische tot omgekeerd eironde topblaadjes, een kleine bloeiwijze met onder de gedrongen top slechts een of twee zijtakken in de oksels van de bovenste bladeren, zwakkere, tot 3(– 4) mm lange en minder talrijke stekels in de bloeiwijze en een behaarde vruchtbodem. Rubus praeceptorum komt voor vanaf Belgisch Limburg, via Noord-Brabant en Noord-Limburg door het Rijk van Nijmegen tot de omgeving van Winterswijk en verder bij Weener in het Emsland in Duitsland. De andere soort behoort tot de serie Ferociores A.Beek. Hij heeft net als Rubus ferocior rozerode bloemen, maar verschilt door kale helmhokken (vandaar de naam R. psilander). Daarnaast verschilt hij van R. ferocior door vlakke bladeren, een min of meer regelmatige piramidale, langer behaarde bloeiwijze, meestal smallere topblaadjes en iets langere stekels; de vruchtbeginsels zijn altijd kaal. Door de rommelige bolle bladeren is R. ferocior uitgesproken kenbaar als een lid van de Corylifolii, terwijl R. psilander dit kenmerk zo weinig heeft, dat deze in het verleden herhaaldelijk is verward met soorten uit de sectie Rubus. Rubus psilander komt voor in geheel Midden-Brabant, vanaf de omgeving van Breda tot oostelijk van Eindhoven en noordelijk tot aan de Maas.
Document typearticle
Download paperpdf document http://www.repository.naturalis.nl/document/652674